Uiteraard mag een DGA, behalve op basis van eindloon- of middelloon, ook op basis van beschikbare premie pensioen in eigen beheer opbouwen. Via viditax kregen wij het bericht binnen dat de belastingdienst zich schriftelijk heeft uitgelaten over de vaststelling van de rendementen die daarbij mogen worden gehanteerd (Belastingdienst 27 januari 2011 BO011CG008/BPR01). Volgens de belastingdienst kan het rendement op drie manieren worden vastgesteld.
Resultaten
Chaos in pensioenland! Weer nieuw wetsvoorstel verhoging pensioenleeftijd. Gevolgen voor eigen beheer dga
Minister Kamp van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft op 12 oktober 2011 het wetsvoorstel ‘Wet verhoging pensioenleeftijd, extra verhoging AOW en flexibilisering ingangsdatum AOW (TK 33046) ingediend. Dit wetsvoorstel is een uitvloeisel van het zogeheten pensioenakkoord dat het kabinet op 10 juni 2011 met de sociale partners, althans met lieden die voordeden namens de vakbonden te spreken, hebben gesloten. Omdat er in het recente verleden meer wetsvoorstellen zijn gedaan die beogen de pensioenleeftijd uit te stellen, volgt voor alle duidelijkheid en wellicht ten overvloede, een kort historisch overzicht.
Belastingplan 2012: overgangsrecht levensloop en spaarloon
In de vorige editie bespraken wij de voorstellen tot invoering van de vitaliteitsregeling per 1 januari 2013 en afschaffing van de spaarloonen levensloopregeling met ingang van 2012 (TK 33 003). Nu komt het bijbehorende overgangsrecht aan de orde
Belangrijk standpunt belastingdienst i.v.m. inkoop dienstjaren
Vanaf 1 januari 2007 (datum invoering Pensioenwet) kan een DGA zich voor de inkoop van dienstjaren in verband met waardeoverdracht niet meer beroepen op art. 10a lid 1 onderdeel f Uitv.besl. LB 1965 omdat sprake moet zijn van een waardeoverdracht in de zin van de Pensioenwet (PW). Omdat de wetgever de inkoopmogelijkheden voor DGA’s niet wilde beperken werd het derde lid aan art. 10 Uitv.besl. LB 1965 toegevoegd. Daar is bepaald dat inkoop van ontbrekende dienstjaren kan plaatsvinden indien, gemeten aan de huidige pensioenregeling, sprake is van een tekort aan pensioenopbouw wegens het ontbreken van de mogelijkheid van waardeoverdracht in de zin van de PW.
In hoeverre mag de hoogte van een periodieke uitkering varieren? Nieuw standpunt fiscus
Een stamrecht is een recht c.q. aanspraak op periodieke uitkeringen. Het begrip ‘periodieke uitkeringen’ komt voor in de Wet IB 2001 en de Wet LB 1964. De inhoud van het begrip is voor beide wetten identiek. Periodieke uitkeringen zijn een reeks van uitkeringen waarbij sprake is van een bepaalde onzekerheid. In het kader van pensioen, goudenhanddrukstamrechten en lijfrenten vormt het overlijdensrisico c.q. de sterftekans de onzekerheid. De sterftekans dient minimaal 0,94% te zijn (arrest Hoge Raad, 30 oktober 1991, nr. 27 215). Dit betekent dat er minimaal een kans van 0,94% moet zijn dat de reeks van uitkeringen ten einde komt door het overlijden van de gerechtigde. In concreto komt dit erop neer dat gedurende de uitkeringsperiode de verzekerde of beide verzekerden minimaal een kans van 0,94% moeten hebben om te overlijden.
Afzien bij uitstel van pensioen naar 65. Toch belast volgens fiscus!
Een DGA heeft de pensioenleeftijd van 60 bereikt en € 20 000 aan pensioen opgebouwd. Hij blijft doorwerken, bouwt geen pensioen meer op en stelt zijn pensioen uit tot 65 jaar. De hoogte van het pensioen blijft € 20 000. In feite wordt hier afgezien van pensioen, namelijk van vijf maal de jaaruitkering van € 20 000. Desalniettemin is er in deze situatie geen sprake van afzien van pensioen in fiscale zin en treden er geen sancties op. Althans daar leek het op. Er was zelfs een lid van de kennisgroep pensioenen van de belastingdienst die dit standpunt in een vakblad innam.
Signalering nieuwe standpunten kennisgroep pensioenen belastingdienst.
Een aantal nieuwe standpunten kwam in bovenstaande artikelen al aan de orde. Maar op www.belastingdienstpensioensite.nl heeft de kennisgroep pensioenen op 28 november jl. nog meer standpunten ingenomen. We stippen ze even kort aan:
Geen getekende pensioenovereenkomst, geen pensioenvoorziening!
ij Rechtbank Haarlem speelde de volgende casus. Een DGA had in 2004 ruim vijf ton aan pensioenvoorziening op de balans staan. De inspecteur vond dat de BV geen pensioenverplichting was aangegaan en corrigeerde c.q. verhoogde de winst met vijf ton. Het opmerkelijke, zeg maar gerust het bizarre, in deze zaak was dat de belastingplichtige met drie niet-getekende pensioenovereenkomsten aan kwam zetten en verwachtte dat de inspecteur zou aangeven welke van de pensioenbrieven hij zou accepteren voor het vormen van een pensioenvoorziening.
Salarisstijgingen vlak voor pensioendatum. Bizar standpunt fiscus!
Salarisstijgingen in de laatste vijf jaar voor de pensioendatum, voor zover deze niet het gevolg zijn van gangbare functiewijzigingen of gangbare leeftijdsperiodieken, mogen in een eindloonregeling in beperkte mate tot het pensioengevend loon worden gerekend. Deze beperking houdt in dat salarisstijgingen slechts tot 2% boven de gemiddelde loonindex voor CAO-lonen zijn toegestaan. Dit staat sinds 1 juni 1999 (invoering Witteveen-wetgeving) in art. 10b lid 1 Uitv.besl. LB 1965. De vraag is hoe met de vijfjaarstermijn moet worden omgegaan bij uitstel van de pensioendatum. Zoals verwacht probeert de fiscus de termijn dan op te rekken. Maar eerst besteden we aandacht aan een recente uitspraak.