Voor de pensioenregeling van de DGA in eigen beheer is een nieuw Besluit gepubliceerd. Het besluit van 28 maart 2006 (nr. CPP2005/2742M) behandelt in hoofdzaak 2 onderwerpen: zakelijkheid in verband met inkoop van dienstjaren en premiebetalingen aan pensioenlichamen. Dat laatste klinkt als een anachronisme.
Resultaten
Levensloop en gebruikelijkloonregeling kan tot dubbele heffing leiden
Staatssecretaris Wijn heeft in antwoord op kamervragen laten weten dat het loon van een DGA na aftrek van de ingehouden bijdrage aan de levensloopregeling moet voldoen aan de regels voor het gebruikelijk loon (brief van 21 maart 2006, DDB 2006-00075 U). Volgens de staatssecretaris is hierbij van belang of bij andere werknemers die geen DGA zijn in vergelijkbare dienstbetrekkingen, het na aftrek van de inleg in de levensloopregeling gebruikelijke loon, niet hoger is dan het na aftrek in de levensloop resulterende loon van de DGA.
Uitspraak Rechtbank Haarlem: Voorperiode is geen pensioengevende diensttijd!
De voorperiode van de BV, die aanvangt op het moment van tekenen van de intentieverklaring of voorovereenkomst, kon vroeger meetellen als diensttijd. Sinds 1 juni 1999 (invoeringsdatum Wet fiscale behandeling van pensioenen) kan dit niet meer. De voorperiode wordt niet genoemd in de uitputtende opsomming van fiscaal toegestane diensttijd die art. 10a Uitv.besl. LB 1965 geeft.
Pensioenoptimalisatie voor werknemers geboren voor 1 januari 1950 nog steeds mogelijk!
Het overgangsrecht dat in het kader van VPL is gecreëerd kent een opvallend onderscheid tussen de overgangsbepalingen voor VUT en prepensioen enerzijds (art. 38c en 38d Wet LB) en ouderdoms- en overbruggingspensioen anderzijds (art. 38e en 38f Wet LB). Ten aanzien van VUT en prepensioen is bepaald dat voor bestaande regelingen de oude bepalingen onder voorwaarden van toepassing blijven voor werknemers geboren vóór 1 januari 1950.
Verzekeraars eisen affinancieringskoopsommen bij streefregelingen van DGAs
Er zijn DGA’s die er voor hebben gekozen hun pensioenregeling volledig te verzekeren. Deze regelingen hebben meestal de vorm van een streefregeling. Indien sprake is van salarisstijgingen stellen verzekeraars zich vaak op het standpunt dat er backservicekoopsommen zijn verschuldigd en beroepen zich hierbij op fiscale regelgeving. DGA’s zijn niet altijd bereid om deze koopsommen te betalen.
Wat gebeurt er met pensioenpolissen van DGA’s onder de nieuwe Pensioenwet?
Op 27 december 2005 is het wetsvoorstel voor een nieuwe Pensioenwet ingediend. De bedoeling is dat de wet met ingang van 1 januari 2007 de huidige Pensioen- en Spaarfondsenwet (PSW) gaat vervangen. DGA’s vallen geheel buiten de nieuwe Pensioenwet. Voor de definitie van DGA wordt aangesloten bij het huidige 10% aandelen criterium van de PSW. Pensioen in eigen beheer blijft nog steeds mogelijk.
Waardering pensioenverplichting op de commerciele balans
In Pensioen up to Date van september/oktober 2005, nr. 5, bespraken wij de waardering van de pensioenverplichting op de commerciële balans en de regels die de Raad voor de Jaarverslaggeving (RJ) daarvoor geeft. In de zogeheten RJuiting 2005-01 werd het voor kleine rechtspersonen door de RJ toegestaan om in de jaarrekening de fiscale waardering te volgen onder een aantal voorwaarden die zijn besproken in genoemde aflevering van Pensioen up to Date.
Wetsvoorstel nieuwe Pensioenwet ingediend
Op 27 december 2005 is het wetsvoorstel voor een nieuwe Pensioenwet ingediend. De bedoeling is dat de wet met ingang van 1 januari 2007 de huidige Pensioen- en Spaarfondsenwet (PSW) gaat vervangen. Waarom die nieuwe wet er moet komen is onduidelijk, maar naar verluidt vinden ambtenaren van het Ministerie van SZW dat de PSW onsamenhangend is. Bezigheidstherapie dus . DGA’s vallen geheel buiten de nieuwe Pensioenwet. Voor de definitie van DGA wordt aangesloten bij het huidige 10% aandelen-criterium van de PSW. Pensioen in eigen beheer blijft nog steeds mogelijk. Per saldo zal er niet heel veel veranderen voor de DGA.
Wet VPL verlaagt de lijfrente-aftrek bij beschikbare premieregelingen
De aftrek van lijfrentepremies in de jaarruimte wordt beïnvloed door de aangroei van het pensioen (factor A). Bij eindloon en middelloon is dat: [1 x opbouwpercentage x (salaris -/- AOW-franchise)]. Voorbeeld: 1 x 2% x (52.000 -/- 12.000) = € 800.
Is de kapitaalverzekering met lijfrenteclausule administratief verwaarloosd? Fiscus lachende derde. Klant de dupe
Er bereiken ons de laatste tijd veel berichten over het fiscaal terugdraaien van lijfrentepremieaftrek bij nog lopende “oud regime” kapitaalverzekering met lijfrenteclausule. De belastingdienst heeft een extra controle op lijfrentepremie-aftrek uitgevoerd over belastingjaar 2003. Daarbij zijn veel “oud regime” polissen tegen de lamp gelopen.